Hoe stel ik realistische doelen binnen mijn planning?

1. Werk van grof naar fijn
Bedenk voordat je een planning maakt je hoofddoelen. Wat wil je bereiken? Op welke termijn wil je dit halen, en hoe denk je dit te gaan bereiken. Zet daarvoor je hoofddoelen in volgorde van belangrijkheid. En wat er ook gebeurt, alles heeft een volgorde van belangrijkheid. Kies dus doel 1, doel 2 en doel 3 en bepaal voor jezelf de absolute prioriteit. Overleg dit eventueel met een stakeholder (collega, leidinggevende) zodat je de 1e doelen hebt staan. Werk daarna steeds meer toe naar bijvoorbeeld een maandplanning en dan een weekplanning zodat je de doelen ook daadwerkelijk behaalt.

2. Zorg dat je doelen SMART zijn
Oftewel specifiek (het gaat ergens over), meetbaar (ze zijn te meten in resultaat), aanwijsbaar (jij bent 100% verantwoordelijk, realistisch (het is te halen) en tijd gerelateerd. Wanneer een doel aan deze voorwaarden voldoet dan is het te behalen en kun je het echt goed plannen.

3. Maak van elke activiteit een doel
Zorg dat je activiteiten altijd wegzet als zijnde uitkomsten, zodat je doel telkens terugkomt in je planning. Werk je bijvoorbeeld met Taken, dan kun je 3 kolommen gebruiken: Onderwerp (uitkomst), vervaldatum (deadline van de 1e actie) en categorie (wat ga je doen). Zo is je planning telkens doelgericht opgesteld. In de taak zelf kun je dan je activiteiten zetten.

4. Maak eventuele subdoelen bij grotere taken
Wanneer een opdracht langer dan een maand duurt, maak dan subdoelen per taak. In projectmatig werken worden dit ook wel milestones genoemd. Elke milestone heeft een maximaal tijdsspanne van ongeveer 1 maand. De subdoelen, samen met het einddoel, vormen dan je basisplanning. Dan weet je eerst wat je op welk moment moet hebben opgeleverd, om het vervolgens op te kunnen delen in behapbare activiteiten per subdoel.